Spaghetti alla Nerano is een typische specialiteit die zijn oorsprong vond in het vissersdorpje Neranoop het Sorrentijns schiereiland. Het gerecht ontstond spontaan in de vroege jaren vijftig in de keuken van een lokaal restaurant. Met slechts een handvol eenvoudige ingrediënten veroverde deze smaakvolle pasta al snel de harten van fijnproevers en is het vandaag de dag een geliefd gerecht dat deel uitmaakt van de rijke culinaire traditie van de regio. De pasta wordt bereid met gefrituurde courgette en caciocavallo of Provolone del Monaco D.O.P., afkomstig van het schiereiland. Dankzij de eenvoud van de ingrediënten is dit gerecht ook thuis verrassend makkelijk te bereiden.
Boodschappenlijst voor 2 personen
• 75 gram provolone dolce • 15 gram Parmezaanse kaas • 300 ml olijfolie • 2 kleine courgettes • 2 teentjes knoflook • 200 gram spaghetti • Een handvol basilicumblaadjes
Bereidingstijd: 25 minuten
Bereidingswijze
Rasp de provolone en Parmezaanse kaas en plaats ze in een afgedekt schaaltje in de koelkast. Verhit in een kleine koekenpan het grootste deel van de olijfolie (laat een paar eetlepels over) met een licht geplet teentje knoflook tot het ongeveer 180 graden Celsius bereikt. Snijd de courgettes in zeer dunne plakjes en frituur ze tot ze licht beginnen te kleuren. Laat ze uitlekken op keukenpapier.
Breng een pan met water aan de kook, voeg royaal zout toe en kook de pasta tot deze bijna al dente is. Terwijl de pasta kookt, verhit je in een andere pan een beetje olijfolie en het andere licht geplette teentje knoflook gedurende ongeveer een minuut. Verwijder vervolgens het knoflookteentje uit de pan en voeg de gefrituurde courgetteplakjes toe. Breng op smaak met zout en versgemalen zwarte peper. Voeg daarna de bijna al dente pasta toe, samen met een pollepel van het kookvocht. Roer dit geheel nog een minuut op hoog vuur.
Nu komt het belangrijkste gedeelte: haal het schaaltje met geraspte kaas uit de koelkast, zet het vuur uit en voeg beetje bij beetje de gekoelde kaas toe terwijl je de pasta constant blijft roeren. Blijf roeren totdat alle kaas gesmolten is en de pasta is bedekt met een mooi, romig laagje. Roer tot slot de gescheurde basilicumblaadjes en wat versgemalen zwarte peper erdoorheen, en de pasta is klaar om geserveerd te worden.
Buon appetito!
Kookboek met Italiaanse gerechten
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Pasta e fagioli betekent letterlijk “pasta en bonen” en is een klassiek Italiaans gerecht dat al eeuwenlang wordt bereid en gegeten. Het is een hartige soep die meestal bestaat uit pasta, bonen, tomaten, groenten, kruiden en soms wat vlees. Het wordt vaak beschouwd als een stevige en voedzame maaltijd.
De oorsprong van pasta e fagioli is niet helemaal duidelijk, zoals vaak het geval is bij traditionele gerechten. Toch wordt het gezien als een gerecht met diepe wortels in de Italiaanse culinaire traditie. Oorspronkelijk werd het gegeten door boeren en arbeiders, omdat het bestond uit simpele, goedkope ingrediënten die gemakkelijk te vinden waren. Het is daardoor een voorbeeld van de traditionele cucina povera, de Italiaanse armeluiskeuken.
In verschillende Italiaanse regio’s bestaat er een eigen variant van pasta met bonen. Chef Michelle Bogers deelt het recept van de Napolitaanse versie, oftewel pasta e fasul.
Boodschappenlijst voor 2 personen
• Olijfolie • 1⁄2 wortel (fijngesneden) • 1 kleine ui (fijngesneden) • 1⁄2 stengel bleekselderij (fijngesneden) • Een handvol kerstomaatjes • 1 blik borlotti of cannellini bonen (uitgelekt en gespoeld) • 100 gram pasta corta (elk type zeer kleine pasta)
Bereidingstijd: 30 minuten
Bereidingswijze
Verhit wat olijfolie in een pan en fruit hierin de fijngesneden ui, wortel en selderij tot ze zacht en doorschijnend zijn. Voeg vervolgens de tomaten toe en bak ze tot ze zacht zijn. Voeg de bonen toe, samen met ongeveer 400 ml water. Kruid het geheel royaal met peper en zout. Breng het zachtjes aan de kook. Doe de helft in een kleiner bakje, pureer dit met de staafmixer en voeg het weer toe aan de pan. Breng het mengsel weer aan de kook en voeg de pasta toe, terwijl je blijft roeren terwijl het suddert. De truc is om het merendeel van de vloeistof te laten verdampen gedurende de tijd die de pasta nodig heeft om te koken. Zet het vuur uit net voordat de pasta al dente is. De pasta stopt namelijk niet onmiddellijk met koken omdat je deze in het kokende vocht laat zitten.
Laat de pasta e fagioli een paar minuten rusten voordat je het serveert zodat de smaken zich goed kunnen vermengen. Garneer met een scheutje goede olijfolie en wat vers geraspte Parmezaanse kaas voor extra smaak.
Buon appetito!
Kookboek met Italiaanse gerechten
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Een van de meest geliefde Napolitaanse pastagerechten die geen tomaat bevat, is pasta alla genovese. De naam doet misschien vermoeden dat het gerecht uit Genua komt, maar niets is minder waar. Volgens overlevering werd deze rijke vleessaus voor het eerst bereid door Genovese koks die in de vijftiende eeuw in de haven van Napels werkten. Ze serveerden pasta met een langzaam gegaarde vleessaus, en zo ontstond deze Napolitaanse klassieker.
Een kenmerkend detail van deze saus is de overvloed aan ui. Kilo’s ui worden samen met rundvlees langzaam gestoofd tot een zijdezachte saus die haast wegsmelt op je tong. De uien geven niet alleen een intense, zoete smaak aan het gerecht, maar zorgen ook voor die karakteristieke, bijna romige structuur van de saus.
Dit gerecht vraagt wel wat van je tijd en toewijding. Hier draait alles om slow- cooking. De saus moet urenlang op een zacht vuurtje sudderen, waarbij de aroma’s zich langzaam ontwikkelen en de smaken zich verdiepen.
Boodschappenlijst voor 4 personen
• 400 gram pasta (ziti, rigatoni of paccheri) • 1⁄2 wortel • 1⁄2 stengel bleekselderij • 100 ml witte wijn • 200 gram vinkenlap (of ander rundvlees dat geschikt is voor stoofschotels) • 4 tot 5 grote uien • 1 laurierblad • Een stuk korst van de Parmezaanse kaas (optioneel)
Bereidingstijd: 7,5 uur
Bereidingswijze
Hak de wortel en selderij fijn. Verhit wat olie in een grote pan en bak de groenten tot ze zacht zijn. Kruid het vlees aan beide kanten met peper en zout en voeg grote stukken toe aan de pan. Laat het vlees aan beide zijden bruin worden op een laag vuur, ongeveer 10 minuten aan elke kant. Verhoog vervolgens het vuur en giet de witte wijn erbij. Kook tot het grootste deel van de wijn is verdampt.
Snijd de uien doormidden en snijd ze vervolgens in dunne plakjes. Voeg ze toe aan de pan en roer tot ze zacht zijn. Voeg dan het laurierblad, zout en peper toe en giet water in de pan totdat de inhoud volledig is ondergedompeld. Dek af met een deksel en laat het ongeveer drie uur sudderen op een laag vuur, of totdat het vlees gemakkelijk uit elkaar kan worden getrokken met een vork. Haal het vlees uit de pan en zet het apart.
Laat de saus nog minimaal vier uur sudderen op een laag vuur (zo laag mogelijk). Hoe langer je het laat sudderen, hoe beter de smaak wordt.
Voor het serveren, voeg de stukjes vlees weer toe aan de saus om op te warmen. Breng een pan met water aan de kook, voeg zout toe en kook de pasta. Maak met een soeplepel een kuiltje in de pan met saus, wacht tot het gevuld is met vocht en schep dit in een pan. Herhaal dit proces een paar keer. Voeg vervolgens de uitgelekte, bijna al dente gekookte pasta toe, samen met een deel van het kookwater, en roer tot de pasta mooi bedekt is. Serveer de pasta met nog een paar lepels van de genovese-saus en eventueel wat Parmezaanse kaas.
Buon appetito!
Kookboek met Italiaanse gerechten
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Gattò di patate is een traditioneel Zuid- Italiaans gerecht en wordt vaak geserveerd bij feestelijke gelegenheden. Het woord ‘gattò’ stamt af van het Franse ‘gâteau’ en heeft zijn oorsprong in de tijd dat Franse koks de scepter zwaaiden aan het hof in Napels. Daarom kregen traditionele Napolitaanse gerechten Franse namen die tot op de dag van vandaag in gebruik zijn gebleven. Omdat dit gerecht al meer dan twee eeuwen bestaat, heeft elke familie haar eigen recept voor gattò, waardoor er soms aangename variaties ontstaan.
Het belangrijkste ingrediënt van gattò di patate zijn aardappelen. Deze worden gekookt, gepureerd en gemengd met andere ingrediënten zoals eieren, kaas (vaak Parmezaanse kaas of pecorino), boter, en soms ook gehakt vlees, ham of salami. Het geheel wordt op smaak gebracht met zout, peper en soms nootmuskaat voor extra smaak.
Het is een smakelijk voorbeeld van de rijke culinaire tradities van de regio en wordt gewaardeerd om zijn heerlijke, hartige smaak en de mogelijkheid om te variëren met de vulling, waardoor het aan verschillende smaakvoorkeuren kan worden aangepast. Michelle Bogers deelt haar versie van dit heerlijke recept zodat je deze makkelijk zelf kunt maken.
Boodschappenlijst
1 kilo aardappelen
2 eieren
Een paar eetlepels melk
200 gram mozzarella of fior di latte
100 gram gesneden ham
80 gram geraspte harde kaas
40 gram paneermeel
Een klontje boter
Zout
Peper
Bereidingstijd: 90 minuten
Bereidingswijze
Kook de aardappelen met de schil ongeveer 25 minuten of tot ze gaar zijn. Schil ze en pureer ze. Verwarm de oven op 180 graden Celcius. Wanneer de aardappelen licht zijn afgekoeld, roer je er de eieren, melk, geraspte kaas en een flinke hoeveelheid zout en peper doorheen. Snijd de mozzarella (pers eerst het overtollige vocht eruit) en de ham in kleine stukjes en roer dit er ook doorheen. Vet een ovenschaal in met boter en besprenkel de bodem en zijkanten met paneermeel. Schep het aardappelmengsel in de schaal en druk het aan om elk hoekje te vullen. Bestrooi het vervolgens met een laag paneermeel en leg er een paar kleine stukjes boter bovenop. Dit zorgt ervoor dat het paneermeel een mooie knapperige korst vormt. Na 40 minuten in de oven te hebben gestaan, zet je de temperatuur op 200 graden Celcius en leg je er nog wat boter bovenop. Laat dit nog zo’n 10 minuten staan tot het geheel krokant en goudbruin is. Laat het eerst iets afkoelen voordat je het serveert.
Buon appetito!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Mozzarella in carrozza is zo’n typisch Italiaans gerecht waar je meteen blij van wordt. Krokant van buiten, smeuïg van binnen en met een onweerstaanbare smaak van gesmolten mozzarella is het de ultieme snack voor elk moment.
Oorspronkelijk komt deze lekkernij uit Campania, waar men al vroeg creatief omsprong met restjes in de keuken. In de negentiende eeuw ontstond dit gerecht als een slimme manier om oud brood en overgebleven mozzarella alsnog om te toveren tot iets heerlijks. De naam – letterlijk ‘mozzarella in een koets’ – verwijst op poëtische wijze naar de manier waarop de kaas tussen twee sneetjes brood wordt ‘vervoerd’ en zo als het ware een soort koets vormen voor de kaas.
De bereiding is eenvoudig, maar het resultaat is groots: twee sneetjes brood, rijk gevuld met mozzarella, worden door bloem en losgeklopt ei gehaald en goudbruin gebakken. Het resultaat is een romige, zachte vulling met een krokante buitenkant die knispert bij elke hap. Of je nu een restje mozzarella in de koelkast hebt liggen of gewoon zin hebt in iets hartigs, mozzarella in carrozza is altijd een goed idee. Perfect als snack of als hapje op de borrelplank. Serveer het met een fris drankje en proef de eenvoud én rijkdom van de Italiaanse keuken.
Snijd de uitgelekte mozzarella in dunne plakjes en dep elk plakje nog verder droog met keukenpapier. Snijd de korsten van het brood, en beleg de sneetjes brood met een laagje mozzarella en kruid ze met peper en zout. Zorg ervoor dat de mozzarella net de rand van het brood niet raakt. Dek alles af met nog een sneetje brood – zoals een tosti – en druk alles stevig plat. Knijp de randen extra stevig aan zodat ze aan elkaar blijven plakken. Snijd het brood nu in driehoekjes door het tweemaal diagonaal door te snijden.
Klop in een kommetje de eieren los en vul een ander kommetje of bordje met het broodkruim. Dompel de driehoekjes kort onder in het ei en wentel ze dan in het broodkruim. Zorg ervoor dat alle zijkanten goed bedekt zijn, zodat de mozzarella er niet uit kan lekken tijdens het frituren.
Verhit de frituurolie in een pannetje of in de friteuse tot 180 graden Celsius en frituur de hapjes in 3 à 4 minuten goudbruin, draai ze halverwege eenmaal om. Laat ze op keukenpapier uitlekken en besprenkel ze met nog wat zout voor het serveren.
Buon appetito!
Kookboek met Italiaanse gerechten
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
In Giulia’s kookhoek neemt Giulia Giordano je mee naar haar Zuid-Italiaanse roots en laat ze je kennismaken met haar favoriete Italiaanse gerechten die je eenvoudig zelf thuis kunt maken.
Dit is een recept van een typische lekkernij die rond Pasen in Napels en omgeving in bijna ieder huishouden op tafel staat: de pastiera napoletana! Deze keer sta ik met mijn zus Felicia in de keuken en het recept heeft zij gekregen van een Napolitaanse vriend die bij dit recept zweert. Tegenwoordig wil men namelijk nog wel eens wat extra dingen toevoegen aan het recept, maar daar wil hij niets van weten. Dit recept gaat drie generaties terug en is altijd een groot succes. Daarnaast is de pastiera niet alleen rond Pasen te vinden. Het hele jaar door is deze taart in Napels en omgeving te vinden en bovendien is het erg leuk om zelf te maken.
Stap voor stap zal ik je laten zien hoe je dit traditionele gerecht zelf kunt maken. Bekijk je liever de video die ik ervan gemaakt heb? Ook dat kan natuurlijk!
Boodschappenlijst
Voor het maken van 1 pastiera heb je de volgende ingrediënten nodig.
Voor het deeg:
250 gram bloem (liefst type 00 maar gewone kan ook)
100 gram reuzel*
100 gram boter
100 gram suiker
1 zakje vanille suiker
Geraspte citroenschil
2 eieren
1 eigeel
Voor de vulling:
380 gram voorgekookte tarwe griesmeel
300 gram ricotta
300 gram suiker
3 eieren
Gekonfijte citroen
Flesje vanille aroma (eigenlijk Acqua millefiori)
1 zakje vanille suiker
Snufje zout
Citroenschil
40 gram reuzel*
*Reuzel is moeilijk verkrijgbaar dus kan vervangen worden met boter.
Totale bereidingstijd: Je hebt een aantal dagen nodig om de pastiera napoletano op juiste wijze te bereiden. Begin twee dagen voordat je de pastiera wilt serveren met het maken van het deeg en de vulling. Wanneer de pastiera klaar is, minimaal een dag laten staan. In totaal heb je ongeveer twee uur nodig om alles te bereiden.
Stap 1: Het deeg
Een dag van te voren beginnen we met het maken van het deeg. We doen dit een dag eerder zodat het de hele nacht in de koelkast kan rusten. Om het deeg te maken kun je het beste een tafel gebruiken of het aanrechtblad.
Maak van de 200 gram bloem een bergje met in het midden een holte. In deze holte voeg je vervolgens 1 heel ei toe en tweemaal eigeel. Klop het ei voorzichtig met je vingers of eventueel met een kleine garde. Hierna voeg je de andere ingrediënten toe: 100 gram suiker, 100 gram boter, 100 gram reuzel (of 100 gram boter), de geraspte citroenschil en het zakje vanille suiker. Meng het geheel en begin met het bewerken van het deeg. Dit doe je op een snelle manier op een oppervlakte bedekt met wat bloem. Kneed het niet maar pas een drukkende beweging toe, net zolang totdat je een glad stuk deeg hebt. Wikkel het deeg in plasticfolie en leg het in de koelkast (niet meer dan 10 uur).
Stap 2: De vulling deel 1
Wat we ook een dag van te voren doen, is de ricotta en suiker mengen zodat het voor de volgende dag goed soepel en zacht is. Ook dit mengsel laat je de hele nacht in de koelkast staan.
Stap 3: De vulling deel 2
De volgende dag beginnen we met het koken van het griesmeel in water, samen met een snufje zout, een handvol reuzel/boter en de citroenschil. Je hebt voor het recept 380 gram nodig. Wanneer je 200 gram ongekookte griesmeel gebruikt, zal dit voldoende zijn. Volg de instructies op de verpakking maar vervang de melk met water. Vanaf het moment dat het water begint te koken, bereken we 45 minuten kooktijd. Hierna laten we alles afkoelen en verwijderen we de citroenschil.
Stap 4: Het gekonfijte fruit snijden
In de tussentijd kun je het gekonfijte fruit in kleine blokjes snijden, mocht dit nodig zijn.
Stap 5: De vulling afmaken
Wanneer de griesmeel is afgekoeld, voegen we de ricotta crème toe die we de vorige dag al hebben gemaakt. Hier doen we vervolgens 3 eieren bij, de blokjes gekonfijte fruit, het flesje vanille extract en het zakje vanille. We mengen dit net zo lang tot het er een gladde en zachte crème ontstaat. Het geheel moet niet té vloeibaar zijn maar ook niet te stevig. Je kunt dit het beste met de hand mengen, niet met de mixer.
Stap 6: Het deeg uitrollen
Voor de authentieke pastiera napoletana gebruik je het klassieke ronde bakblik. Deze vetten we in en besprenkelen het met een beetje bloem. Vervolgens gaan we het deeg, met een dikte van ongeveer een halve centimeter, uitrollen. Het is handig om het deeg uit te rollen op een stuk bakpapier. Op deze manier is het uiteindelijk makkelijker om het deeg heel in het bakblik te krijgen (zie video).
Het deeg spreid je uit in het blik, de overtollige randen snijd je af en bewaar je. Hierna vul je het deeg met de room. De bovenkant versieren we met stroken op een manier dat er een ruitenpatroon ontstaat. Deze stroken maak je met het deeg dat over is gebleven.
Stap 7: In de oven
Zet de oven op 200 graden en laat de pastiera zo’n 40 minuten erin staan. Dit zorgt ervoor dat het een mooie goudbruine kleur krijgt.
Let op: volgens traditie mag de pastiera absoluut niet warm worden gegeten! Je kunt deze heerlijke Paastaat het beste één of twee dagen laten staan voordat je deze aansnijdt.
Buon appetito!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
In Italië wordt op 19 maartLa Festa del Papàgevierd, Vaderdag. Het is de dag van San Giuseppe, een heilige die door de kerk wordt beschouwd als beschermheer van vaders en een voorbeeld is voor velen.
Natuurlijk kan lekkers niet ontbreken op deze feestelijke dag! Een traditionele lekkernij die je rond deze periode in de regio Campania overal zult tegenkomen, is de zeppola di San Giuseppe. Het heeft veel weg van een donut: rond met in het midden een gat. Deze worden versierd met banketbakkersroom met daarbovenop een kers. Om het helemaal af te maken worden ze bestrooid met wat poedersuiker. Er zijn ook steeds meer zaken waar je zeppole kunt vinden waarvan ook de binnenkant is opgevuld met room of soms zelfs Nutella.
Foto Salvatore Aceto
De zeppola kan worden gefrituurd of in de oven worden gebakken. Chef Michelle laat jou zien hoe jij zelf deze traditionele lekkernij thuis kunt bereiden, zowel de gebakken als de gefrituurde variant.
Boodschappenlijst voor acht grote zeppole
Voor de room
500 ml volle melk
1 vanillestokje
schil van een citroen
125 gram eigeel (ongeveer 6 dooiers)
130 gram suiker
45 gram maïzena
Voor het soezendeeg
250 ml water
60 gram
ongezouten boter
150 gram bloem
4 eieren
1 eigeel
Flinke snuf
zout
Overige benodigdheden
Amarena kersen of rood fruit naar keuze
Een of twee spuitzakken
Bereidingswijze
Voor de room: Verwarm de melk in een klein steelpannetje. Voeg de schil van een citroen toe (de schil haal je het gemakkelijkst met een dunschiller af), snijd het vanillestokje in de lengte doormidden en schraap met een mesje de zwarte zaadjes uit een van de helften. De andere helft kun je voor een andere bereiding bewaren. Voeg de zaadjes en het halve (lege) vanillestokje ook toe aan de melk.
Klop in een kom de eierdooiers en suiker samen tot het geheel iets lichter van kleur wordt. Vervolgens klop je de maïzena erdoorheen. Zorg ervoor dat er geen klontjes ontstaan. Wanneer de melk bijna het kookpunt heeft bereikt, schep je met een schuimspaan de citroenschil en het vanillestokje uit de pan en giet je de helft bij het eimengsel terwijl je voortdurend blijft roeren. Dit mengsel voeg je weer toe aan de pan met melk. Blijf roeren op een laag vuurtje tot er een mooie, dikke room ontstaat. Giet het over in een kom en bedek de room met een stuk huishoudfolie (dus direct over de room, niet over de kom) om te voorkomen dat er een dik velletje op de bovenkant gevormd wordt.
Voor het soezendeeg: Verwarm het water en de boter in een pan tot het begint te koken. Voeg de bloem en het zout toe, zet het vuur uit en roer stevig om alles te combineren tot er een egaal en stevig mengsel ontstaat. Schep het over in een kom en laat het op kamertemperatuur volledig afkoelen, het beste is om hierna de room nog een uur in de koelkast te zetten. Klop vervolgens de eieren en de dooier erdoorheen, één voor één. Voeg het volgende ei er pas aan toe nadat je het vorige ei volledig hebt verwerkt.
Bereid een spuitzak met een stervormige spuitmond en giet het deeg in de spuitzak. Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit het deeg in een donutvorm met een gat in het midden. Om een mooi hoog gebakje te krijgen, kun je enkele lagen op elkaar spuiten.
Om de zeppole te vormen, kun je het deeg frituren of bakken in de oven. Om ze te frituren, verwarm je frituurolie tot 160 graden Celcius en knip je het bakpapier met het deeg erop in afzonderlijke vierkantjes zodat je de deegringen één voor één kunt oppakken. Houd het deeg ondersteboven vast bij het bakpapier en laat het voorzichtig in de olie zakken. Na ongeveer 20 tot 30 seconden zou je het papier moeten kunnen verwijderen. Draai de zeppolana ongeveer 3 minuten om en bak hem nog eens 3 minuten aan de andere kant. Laat ze uitlekken en afkoelen op een rooster.
Buon appetito e buona festa del Papà!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Castagnole zijn kleine, gefrituurde deegballetjes die tijdens de carnavalsperiode in Italië niet mogen ontbreken. Hoewel ze oorspronkelijk uit het noorden van Italië komen, vind je ze ook volop in bakkerijen en keukens rond Napels. Deze lekkernij is door heel Italië geliefd tijdens carnaval en hoort net zo goed bij deze periode als chiacchiere en andere zoete frituurspecialiteiten. De balletjes zijn goudbruin, licht krokant van buiten en heerlijk zacht vanbinnen: precies het soort zoetigheid dat je het liefst nog warm uit de pan door de suiker rolt.
Boodschappenlijst voor ongeveer 30 stuks
200 gram bloem type 00
1 groot ei
40 gram zachte boter
50 gram kristalsuiker
Geraspte schil van 1 onbespoten citroen
Zaadjes van 1 vanillestokje (of vanillesuiker)
1 eetlepel anijs- of Strega-likeur (of naar smaak een andere likeur)
1 snufje zout
6 gram bakpoeder
Zonnebloemolie om te frituren
Kristalsuiker om af te werken
Bereidingstijd: 50 minuten
Bereidingswijze
Meng de bloem met het bakpoeder en leg dit op het werkblad of in een ruime kom. Voeg de suiker toe, samen met het ei, de zachte boter in kleine stukjes, citroenschil, vanille, zout en de likeur. Kneed alles tot een zacht en samenhangend deeg. Het deeg moet soepel zijn en licht vettig aanvoelen, maar niet plakken.
Wikkel het deeg in folie en laat het ongeveer een half uur rusten op kamertemperatuur. Neem daarna kleine stukjes deeg en rol ze tussen je handpalmen tot gladde balletjes ter grootte van een kastanje. Voeg geen extra bloem toe; dat is niet nodig.
Verhit de olie in een pan met hoge rand tot ongeveer 170–175 °C. Frituur steeds een paar balletjes tegelijk en laat ze rustig rondom goudbruin worden. Dit duurt maar een paar minuten. Haal ze met een schuimspaan uit de olie en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Rol de castagnole terwijl ze nog warm zijn door kristalsuiker. Zo blijven ze vanbinnen lekker zacht en krijgt de buitenkant een fijne structuur.
Tip: de castagnole zijn ook heerlijk om te dippen in sanguinaccio, de klassieke Italiaanse chocoladesaus die rond carnaval wordt geserveerd. Klik hier voor het recept van de sanguinaccio.
Buon appetito!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
Tijdens de carnavalsperiode staan in Napels niet alleen de zoete lekkernijen zoals castagnole, chiacchiere en de bekende zoete migliaccio napoletano centraal, ook de hartige gerechten horen erbij. De migliacciosalato (hartig), in Napels bekend als ‘a Pizza ‘e Farenella, is een rustieke, smaakvolle taart van griesmeel of maïsmeel met salami en gesmolten kaas. Net als de zoete variant hoort hij bij de feestdagen en is hij perfect om te delen tijdens het carnaval of op Vette Dinsdag. Dit gerecht heeft zijn oorsprong in een periode van schaarste: graan was overvloedig, en met eenvoudige ingrediënten konden families toch een voedzame en feestelijke maaltijd op tafel zetten.
De migliaccio salato is romig en stevig tegelijk, met een zachte, smeuïge textuur die bijna smelt in de mond. Hij is ideaal als voorgerecht, bij de borrel of zelfs als hoofdgerecht, en kan warm of koud worden gegeten.
Boodschappenlijst (voor een bakvorm van 20 cm)
150 gram griesmeel (of fijn maïsmeel, type fioretto)
600 ml water
7 eetlepels melk
40 gram reuzel of boter
2 hele eieren
2 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas
200 gram ricotta
200 gram gerookte provola of scamorza
150 gram Napolitaanse salami, in kleine blokjes
Zout naar smaak
Een beetje boter voor de bakvorm
Paneermeel voor de bakvorm
Dit recept is zeer flexibel. Vervang de salami door ham of spek en de kaas door wat je in huis hebt.
Bereidingstijd: 60 minuten
Bereidingswijze
Begin met het koken van het griesmeel. Doe het water, de reuzel en 2 eetlepels melk in een grote pan en breng aan de kook. Voeg het griesmeel al roerend toe met een garde, tot het mengsel indikt en een romige, stevige massa vormt. Giet dit vervolgens in een kom en dek af met folie zodat het iets kan afkoelen.
Ondertussen klop je in een andere kom de eieren op met de Parmezaanse kaas tot een gladde crème. Zeef de ricotta en meng deze door het eimengsel tot alles goed gecombineerd is. Voeg daarna het afgekoelde griesmeelmengsel toe en meng dit met een garde of mixer. Voeg de resterende 5 eetlepels melk geleidelijk toe om een romig en smeuïg beslag te krijgen.
Als het beslag klaar is, spatel je voorzichtig de blokjes salami en gerookte kaas erdoor, zodat deze gelijkmatig verdeeld zijn. Vet een bakvorm in met boter en bestrooi met paneermeel om plakken te voorkomen. Giet het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Bak de migliaccio in een voorverwarmde oven op 180°C. Laat eerst ongeveer 50 minuten bakken tot de bovenkant goudbruin is. Voor een extra zachte binnenkant kun je de taart daarna afdekken met aluminiumfolie en nog even laten doorgaren tot hij volledig gaar is. Haal de migliaccio uit de oven en laat minstens een halfuur afkoelen voor je hem aansnijdt.
Het resultaat is een rijke, romige hartige taart, zacht en smeuïg van binnen met de zoute smaken van kaas en salami. Perfect voor carnaval, maar net zo lekker het hele jaar door. Serveer hem warm of koud.
Buon appetito!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
De migliaccio napoletano is een traditionele taart die vooral tijdens de carnavalsperiode in de regio Campania wordt bereid. Oorspronkelijk vervaardigd met gierstmeel, een favoriete basis voor tal van bescheiden desserts, heeft deze heerlijke creatie in de loop der tijd een verrukkelijke metamorfose ondergaan. Griesmeel verving geleidelijk aan het gierstmeel en enkele andere subtiele aanpassingen leidden tot de huidige, verrukkelijke versie van deze hemelse cake.
Met zijn romige textuur en verleidelijke smaak is de migliaccio een waar feest voor de smaakpapillen. Het beste van alles is dat je geen uren in de keuken hoeft door te brengen om deze zoete traktatie te bereiden. Met een eenvoudige en snelle bereidingswijze kun je binnen de kortste keren een onweerstaanbaar dessert op tafel toveren.
Doe de melk, het water, 50 gram suiker, boter, 1 zakje vanillesuiker en de schil van een sinaasappel en een citroen in een grote pan. Verwarm het mengsel op een middelmatig vuur totdat de boter en suiker volledig gesmolten zijn en roer regelmatig met een houten lepel. Zet het vuur iets lager en voeg het griesmeel toe. Gebruik een garde om te roeren totdat het mengsel dikker wordt; dit gebeurt binnen enkele seconden. Haal de citroen- en sinaasappelschillen eruit en giet de room dan onmiddellijk over in een bak, dek deze af met huishoudfolie en laat het afkoelen.
Klop ondertussen met een mixer de eieren, de rest van de suiker, het andere zakje vanillesuiker en de fijn geraspte sinaasappel- en citroenschil totdat er een schuimig en vol mengsel ontstaat. Voeg vervolgens de goed uitgelekte ricotta toe en mix het geheel nog een paar seconden om alles goed te mengen.
Wanneer de room goed is afgekoeld (deze mag écht niet warm zijn), voeg je deze toe aan het mengsel van ei en ricotta. Gebruik opnieuw de mixer om de room te mengen met het eimengsel totdat er een glad en klontvrij beslag ontstaat, en voeg vervolgens een eetlepel oranjebloesemwater toe.
Vet een taartvorm in met boter, besprenkel het met wat bloem en giet het mengsel hierin. Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius (niet warmer) en zet de taartvorm in het midden van de oven gedurende 40 tot 50 minuten. Laat het hierna minimaal een uur afkoelen en maak het af door het te bestrooien met poedersuiker.
Buon appetito!
Kookboek Italiaans koken met Felicia
Nog veel meer heerlijke, authentieke recepten uit de Italiaanse keuken heb ik verzameld in het digitale kookboek Italiaans koken met Felicia. Met deze authentieke recepten in de hand kun je moeiteloos de meest traditionele gerechten bereiden en jezelf verwennen met de smaken van Napels en omgeving.
We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Als je deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat je dat goed vindt.